Di Rupo beknibbelt op uw aanvullend pensioen

Aanvullend pensioen

Het regeerakkoord heeft niet alleen wijzigingen in petto voor het wettelijk pensioen en het brugpensioen. Ook op uw aanvullend pensioen wordt beknibbeld. Onder het mom van u langer te doen werken, snoept de fiscus een deel van uw aanvullend pensioenkapitaal af.

De draagwijdte inschatten van wat een regeerakkoord precies inhoudt, is complex. Wat er niet staat, is mogelijk nog belangrijker dan wat er wel staat. En de formulering van wat er staat, roept meestal meer vragen op dan het antwoorden biedt. “Wie kon in 1999 vermoeden dat de passage ‘de aanvullende pensioenen zullen gedemocratiseerd worden’ uit het toenmalige regeerakkoord de kiem heeft gelegd voor de Wet op de Aanvullende Pensioenen uit 2003? Die wet heeft de regels over aanvullende pensioenen grondig door elkaar geschud”, zegt professor Yves Stevens, hoofddocent van de faculteit rechtsgeleerdheid van de KULeuven en voorzitter van de Commissie voor de Aanvullende Pensioenen.

5 alinea’s in regeerakkoord

Het 185 pagina’s dikke regeerakkoord bevat welgeteld 4,5 pagina’s over de hervorming van de pensioenen. Daarvan gaan 5 alinea’s over de aanvullende pensioenen van de tweede en de derde pijler. Grote verrassingen blijven op het eerste gezicht uit. Lees meer hierover in het interview met Yves Stevens op www.netto.be/ pensioeninterview.

Enkele maatregelen stonden zelfs identiek zo in de nota waarmee Di Rupo de formatiegesprekken opnieuw op gang kon trekken. De exacte gevolgen zullen maar mettertijd duidelijk worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het eerste item: “In het kader van de interprofessionele onderhandelingen zal de regering de sociale partners vragen om de eerste pensioenpijler te consolideren en een veralgemening van een tweede pijler of van een eerste pijler bis te overwegen, bij voorrang voor zij die geen toegang hebben tot de tweede pijler.” Toch staat nu al buiten kijf dat de impact van de maatregelen rond uw aanvullend pensioen groter is dan u op het eerste gezicht misschien zou vermoeden.

Fiscaal voordeel pensioensparen beperkt tot 30%

Eerst het goede nieuws: ondanks enkele harde oproepen in die zin werd het fiscale voordeel voor pensioensparen niet afgeschaft. Zoals de nota-Di Rupo al voorspelde, wordt het voordeel ingeperkt tot 30 procent voor iedereen. Momenteel schommelt het fiscale voordeel tussen 30 en 40 procent. Het loopt op naarmate uw inkomen hoger wordt. Concreet: iedereen die meer dan 27.700 euro verdient, of 2.300 bruto per maand, ziet zijn fiscale voordeel op het pensioensparen verminderen.

Voorbeeld Thomas

Het voorbeeld van Thomas (30) bewijst hoe zwaar die impact is. Thomas is van plan volgend jaar te beginnen met pensioensparen. Hij stort elk jaar 880 euro, het huidige maximumbedrag. Zijn bijzondere gemiddelde aanslagvoet, waar het fiscale voordeel momenteel op gebaseerd is, bedraagt 35 procent. Dat is zowat de gemiddelde bijzondere gemiddelde aanslagvoet in dit land.

- Zijn huidige fiscale voordeel:

35 procent van 880 = 308 euro

- Zijn toekomstige fiscale voordeel:

30 procent van 880 = 264 euro

Jaarlijks verliest hij dus een voordeel van 44 euro. En dat 35 jaar na elkaar, tot zijn 65ste. Gecumuleerd resulteert dat in een verlies ter waarde van 2.244 euro op zijn 65ste.

We vergelijken dat bedrag met het eindkapitaal dat Thomas op zijn 65ste kan verwachten uit zijn spaarinspanningen. Haalt hij een jaarlijks rendement van 4 procent, dan zal het eindkapitaal iets meer dan 59.000 euro bedragen. Die 2.244 euro komt dan overeen met 4 procent van zijn verwachte eindkapitaal.

Mocht Thomas het maximale fiscaal voordeel van 40 procent genieten op zijn stortingen, dan loopt het gecumuleerde fiscale voordeel dat hij verloren ziet gaan, zelfs op tot 4.488 euro. Dat komt overeen met 7,6 procent van het eindkapitaal.

Groeps-verzekering zwaarder belast vóór uw 62ste

Dit proefballonnetje van de vorige minister van Pensioenen Michel Daerden haalde het Groenboek Pensioenen niet, maar stond wel al in de nota-Di Rupo. Wie het kapitaal van zijn groepsverzekering voor zijn 62ste opneemt, zal zwaarder belast worden. Net zoals de strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen is ook die maatregel bedoeld om u langer aan het werk te houden.

Concreet: neemt u uw kapitaal van uw groepsverzekering voor uw 62ste op, dan zullen de werkgeversbijdragen zwaarder belast worden. “Het verschil tussen 16,5 procent en 10 procent bleek te zwak om het opvragen van het pensioenkapitaal uit te stellen. De verhoging naar 20 procent zullen de meeste mensen wel goed voelen”, redeneert professor Yves Stevens.

Leeftijd opname oud tarief nieuw tarief

60 jaar 16,5% 20%

61 jaar 16,5% 18%

62 tot 64 jaar 16,5% 16,5%

65 jaar 10% 10%

Ook die maatregel zal enkele duizenden euro’s verschil maken. Dat blijkt ook uit de grote onderstaande tabel.

Voorbeeld Thomas

Thomas (30) heeft vanaf begin volgend jaar recht op een groepsverzekering. Zijn werkgever stort de helft van de jaarlijkse premie, Thomas draagt de andere helft bij.

Beperkte fiscale aftrekbaarheid groepsverzekering

De premies die u en uw werkgever storten in uw groepsverzekering, leveren momenteel een fiscaal voordeel op tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet. Zoals bij pensioensparen wordt dat percentage beperkt tot 30 procent.

Momenteel mag de som van uw wettelijk en uw aanvullend pensioen maximaal 80 procent bedragen van uw laatste jaarlijkse brutobezoldiging om recht te hebben op dat fiscaal voordeel. Dat is de 80-procentregel. Die grens wordt voortaan voor iedereen gelijkgeschakeld op ‘het niveau van het hoogste overheidspensioen’. “Ik vind het heel raar om een fiscale grens te linken aan het bedrag van een pensioenuitkering uit een ander pensioenstelsel”, vindt professor Stevens.

Het maximale ambtenarenpensioen bedraagt bijna 6.000 euro per maand. “De grens komt daardoor op 82.500 euro te liggen”, berekent Henk Sanders, regiodirecteur Life & Care bij ADMB. “Die ingreep raakt niet het gros van de werknemers en zelfstandigen, maar veeleer de grootverdieners”, nuanceert Paul Van Eesbeeck, specialist aanvullende pensioenen. Maar hij stelt zich vragen bij de praktische invulling ervan. “Een zelfstandige met een vennootschap kan relatief eenvoudig zijn stortingen in zijn pensioenplan aanpassen. Maar hoe moet dat verlopen voor werknemers? Aanpassingen aan de groepsverzekering kunnen immers niet eenzijdig gebeuren.”

Interne pensioen- voorzieningen niet meer mogelijk

Tegen 2015 moeten interne pensioenprovisies voor zelfstandige bedrijfsleiders overgeheveld worden naar een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. Die maatregel staat niet in het luik pensioenen, maar onder de hoofding ‘bijkomende ontvangsten’. Dat is geen toeval, want het bedrijf zal de bestaande provisies binnen een periode van 3 jaar tegen een taks van 1,75 procent moeten overdragen en op de premies zal vanaf 2012 een taks van 4,4 procent verschuldigd zijn. En u zal ook geen pensioenprovisies meer kunnen aanleggen om de belastingdruk van uw vennootschap te beperken. Door alle aanvullende pensioenen onder te brengen bij financiële instellingen zal ook beter kunnen worden gecontroleerd of de 80 procentregel wordt nageleefd. Tot nu toe is dat zo goed als onbegonnen werk.

Evaluatie 80%-regel

“De regering zal de fiscale 80-procentregel evalueren om de perverse gevolgen ervan bloot te leggen”, staat in het akkoord. Ze vermeldt daarbij: “Voorbeelden zijn het aandikken van de bezoldiging op het einde van de loopbaan of rekenfouten door een verkeerde evaluatie van het wettelijk pensioenbedrag bij een gemengde loopbaan.” “Het eerste voorbeeld lijkt te verwijzen naar de backservice, waarmee zelfstandigen een inhaalpremie storten in hun pensioentoezegging. Maar het is te vroeg om te stellen dat die passage werkelijk de backservice viseert”, oordeelt Van Eesbeeck. “In ieder geval ben ik erg benieuwd wat men viseert in de 3 puntjes na de komma”, geeft hij aan.

Netto.be